Sjalot in de wereld

Sjalotten worden in de hele wereld aangetroffen. De Latijnse benaming van sjalot is Allium Cepa L. Aggregatum. Hij behoort tot de familie van de lelieachtigen en die omvat meer dan 500 soorten. Behalve de sjalot behoren ook de ui, knoflook en prei tot deze 'Alliumfamilie'. Waarschijnlijk hebben kruisvaarders rond de 10e eeuw de sjalot uit Azië meegenomen naar Europa.
 
Tussen de sjalotten uit diverse landen zitten verschillen die deels te maken hebben met tradities en gewoontes. Zo zijn er in Azië overwegend kleine, ronde sjalotten met een dieprode kleur. In Frankrijk, Europa’s belangrijkste sjalottenproducent en -consument, wordt van oudsher de voorkeur gegeven aan langwerpige, roodbruine sjalotten. Vroeger zag je in Nederland en België veel gele sjalotten maar die komen nu bijna alleen nog voor in volks- en groentetuinen.
 
De laatste tijd zie je ook steeds meer producten die lijken op sjalotten. Zoals bijvoorbeeld Echalion, banaansjalotten, 'Cuissen', 'Turkse ui' en Torpedo’s. Ze behoren ook tot de grote Alliumfamilie maar zijn uien en hebben een andere smaak dan een sjalot.

Verschillende vormen:
 
rond
hoogrond
langwerpig

Uiteenlopende kleuren:

rood
roodbruin
geel
grijs
wit

De teelt van sjalotten is van nature afhankelijk van daglengte. De belangrijkste productiegebieden in de westerse wereld zijn Frankrijk, Nederland, Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Hier worden zogenaamde 'lange dag rassen' geteeld. Deze groeien langzamer, zijn harder en daardoor langer te bewaren. Ze zijn het hele jaar verkrijgbaar.

Andere grote productiegebieden liggen in Zuidoost-Azië en Afrika. Tienduizenden hectares sjalotten worden geteeld in China, Indonesië, Thailand en omliggende landen. Daar gaat het om tropische rassen die genoegen nemen met een korte dag.